Interview met Erik Staal
Bestuurder en Algemeen directeur Vestia Groep

"Wij werken zoveel mogelijk informeel. We leren van fouten en kennen géén pardon voor wie dat nalaat. Zo houden we de organisatie gezond."

Erik Staal is bestuurder en algemeen directeur van de Vestia Groep, met meer dan 70.000 verhuureenheden één van de grootste woningcorporaties in Nederland. De Vestia Groep is ontstaan uit een reeks van fusies tussen corporaties in de Zuidelijke Randstad. De groep bestaat uit een serie lokaal gebonden corporatiebedrijven, drie ontwikkelbedrijven, een makelaardienstverlener en een kleine concerneenheid.

Erik is al meer dan een decennium bezig geweest met ingrijpende veranderingen in de corporatiewereld: van uitvoerder naar maatschappelijk ondernemer, van technicus naar dienstverlener. "De corporatie is gegroeid vanuit een functioneel-technische achtergrond. Wie woningen exploiteert moet verstand hebben van stenen, CV ketels en hang- en sluitwerk. Momenteel ontwikkelt de corporatie zich tot dienstverlener met een brede doelstelling. Niet de woning maar de leefbaarheid en de huurder staat centraal." Hoe doe je dat? Erik benoemt de harde rationele kant en de culturele kant.

Aan de harde kant valt de organisatievorm op. Deze is rechtstreeks gevolg van het accent op lokaal gebonden corporatiebedrijven. "Het beheer van woningen en de lokale omgeving moet dicht bij de direct betrokkenen staan en niet door een centrale eenheid worden bestuurd. Mandaat ligt daarom laag in de organisatie zodat de lokale bedrijven de ruimte hebben om de klant ècht te bedienen. "Vestia heeft bijvoorbeeld maar vier managementlagen waar je net zo makkelijk tot zes zou kunnen komen. Een platte organisatie met brede functies en een concerneenheid die puur dienstverlenend is voor de deelbedrijven." Een staf die geen regels stelt, dat klinkt bijna surrealistisch. En als dat al zo is, gaan de deelbedrijven dan niet teveel hun eigen gang waardoor synergie en schaalvoordeel uitblijven? "Natuurlijk stelt de concerneenheid regels. Maar het valt gewoon op dat de bedrijven graag gebruikmaken van de diensten van de concerneenheid. Waarom: zij zien in dat een staf juist klein kan blijven als je vergelijkbare functies identiek en gezamenlijk inricht. Vanuit dit principe komen zelfstandige deelbedrijven zonder veel gedoe tot een gemeenschappelijk huurdersmagazine en website. Ik zie dat gemeenten, die toch ook heel vergelijkbare diensten uitvoeren, heel anders doen." Hoe zou het komen dat overheden die kans laten liggen? "Het ontbreekt op heel veel plaatsen aan leiders met kwaliteit. De nationale overheid moet gemeenten de weg wijzen naar een goede mix van gezamenlijk optreden mèt eigen beleidsruimte, en de gemeenten moeten inzien dat daar heel erg veel winst ligt."

Dat brengt ons meteen aan de zachte kant. Erik beschrijft een uitgesproken bedrijfscultuur. Mensen spreken elkaar aan op een duidelijke en goede prestatie, niet als iets bijzonders maar omdat dat normaal is voor iedereen die bij de groep hoort. "Op een feestje kunnen mensen trots vertellen dat ze bij de Vestia Groep werken. Korte lijnen, altijd een uitdaging, een informele, bijna intuïtieve manier van werken met meer dan normale aandacht voor de mens achter de functionaris."
Intuïtief? "Ja, vergelijk maar eens met thuis. Als je samen de tuin doet maak je toch ook niet eerst een taakomschrijving en een procesontwerp? In de gemiddelde overheidskast staan veel teveel ongelezen regels en beschrijvingen waar je geen nut van hebt." De beste garantie op een goed resultaat is een duidelijke opdracht en de middelen om er wat van te kunnen maken. Beter dan een gedetailleerde beschrijving van hoe je je werk moet doen, is de gewoonte om je te verantwoorden op kritische vragen. "Neem nu technische professionals die jarenlang gewend waren een woning in nieuwstaat te houden zonder veel oriëntatie op markt of klant. Deze mensen moeten nu, onder het motto van dienstverlening, heel indringende vragen kunnen beantwoorden. Maar dat is beter voor je ontwikkeling dan het aanleren van een procedure."

Vestia werkt uiteraard met streefcijfers en met vergelijkingen tussen deelbedrijven, maar er is géén bedrijf-van-het-jaar of medewerker-van-de-maand. Prestatiebeloning is vrijwel afwezig. "We hoeven niemand in het zonnetje te zetten wegens goede prestaties want die leveren we allemaal. We leren van fouten en kennen géén pardon voor wie dat nalaat. Wie niet meedoet wordt niet naar een ander onderdeel overgeplaatst; daar wordt afscheid van genomen. Zo blijft de organisatie gezond. Daar zal ik de overheidspraktijk maar niet tegen afzetten. "